Wedstrijd Reglement van de NBVS
Reglement Pluimschietsport
Artikel 1 ( Schietbanen )
Iedere vereniging dient per 2 teams minstens over 2 banen te beschikken
(b.v. 1 en 2 teams: 2 banen; 3 en 4 teams: 4 banen; 5 en 6 teams: 6 banen; enz)
Artikel 2
De schietbanen dienen te voldoen aan de volgende eisen:
a.) de schietbanen dienen zo te zijn geconstrueerd dat de pluimen niet beschadigd kunnen worden.
b.) een lengte hebben van 5,50 meter, gemeten vanaf de schietschijf, welke lengte duidelijk moet zijn aangegeven.
c.) de twaalf op de schietschijf moet, waterpas gemeten vanaf de staanplaats der schutters, op een hoogte van 1.60 m hangen.
Aan verenigingen aangesloten bij de bond vóór 1-9-1982, is toestemming verleend om de twaalf op de schietschijf,
waterpas gemeten vanaf de staanplaats der schutters, op een hoogte van 1.55 tot 1.65 m te hangen.
Indien zulk een vereniging na deze datum hun schietbanen verandert dan dient ook zij de twaalf op de schietschijf,
waterpas gemeten vanaf de staanplaats der schutters, op een hoogte van 1.60 m te hangen.
d.) de banen moeten een goede beveiliging bieden voor schutters en trekkers.
e.) achter de 5,50 meter grens dient een vrije ruimte te zijn van minimaal een meter, binnen welke geen storende elementen aanwezig mogen zijn.
Toeschouwers dienen te worden toegelaten indien de ruimte daartoe geëigend is en deze aanwezigheid niet direct storend is voor de schutter.
f.) de banen moeten de garantie bieden, dat er tijdens het schieten niemand op de baan kan komen.
g.) in de ruimte, waarin de schietbanen zijn ondergebracht, moet een temperatuur heersen tussen 15 en 25 graden Celsius.
h.) de verlichting van de schietschijven mag niet bestaan uit gekleurd licht.
i.) de verlichting van de schietschijven mag niet zichtbaar zijn voor een schutter in actie.
j.) bij gebruik van meerdere schietbanen moeten alle banen voorzien zijn van dezelfde soort verlichting.
k.) de lichtsterkte gemeten tegen de middelste schijf moet minstens 380 lux bedragen.
l.) de lichtsterkte gemeten tegen de linkse en rechtse schietschijf mag maximaal 100 lux minder zijn dan de middelste schietschijf.
m.) nevenverlichting achter de schutter is aan te bevelen, maar mag de schutter niet hinderen. Tevens mag de lichtsterkte niet meer dan 200 lux bedragen.
De nevenverlichting mag niet bestaan uit gekleurd licht.
Artikel 3 ( Luchtbuksen/Pluimen )
De te gebruiken luchtbuksen moeten een kaliber hebben van 5 1/2mm en mogen naar keuze voorzien zijn van een open of gesloten vizier en korrel.
Het gebruik van één optisch hulpmiddel is geoorloofd, het gebruik van een telescoop (z.g. kijker) echter niet.
Er mogen uitsluitend door het bondsbestuur goedgekeurde buksen en pluimen gebruikt worden.
Zie bijlage tekening PLUIMEN, model 1, 2, 3, 4 en 5.
De te gebruiken luchtbuksen mogen de in de Wet Wapens en Munitie (WWM) gestelde kinetische mondingsenergie van 7,5 joule niet overschrijden.
De kinetische mondingsenergie wordt bepaald door het gewicht van de pluim en de snelheid van het geweer.
De te gebruiken luchtbuksen dienen door het bondsbestuur gekeurd en van een keuringssticker voorzien te zijn. Deze sticker dient op een zichtbare plaats op de buks te zijn aangebracht.
Vanwege de Wet Wapens en Munitie blijft iedere schutter zelf verantwoordelijk voor zijn luchtbuks.
Na iedere reparatie dient de luchtbuks opnieuw gekeurd te worden.
Het bondsbestuur verstrekt bij iedere keuring een certificaat, dat ook na verkoop van de luchtbuks aan de nieuwe eigenaar moet worden doorgegeven.
Artikel 4 (Competitiewedstrijden Pluim)
De schutters dienen uit de vrije hand te schieten, dus niet opgelegd, waarbij beide voeten achter de 5,50 meter grens dienen te zijn geplaatst.
Voor iedere schutter moet een aparte tafel beschikbaar zijn.
Het is wel toegestaan tegen de tafels te steunen.De tafels dienen zoveel tussenruimte te bieden dat een linkse en rechtse schutter naast elkaar in actie zich niet kunnen hinderen en recht voor hun schietschijven kunnen staan.
Tijdens een halve serie van 9 schoten mogen deze tafels niet door de schutters worden verlaten.
De tafels dienen persé rechthoekig te zijn en moeten voldoen aan de volgende afmetingen:
hoogte: minimaal 74 en maximaal 84 cm.
breedte: minimaal 40 en maximaal onbegrensd.
lengte: minimaal 80 en maximaal onbegrensd.
Artikel 5
Er mogen uitsluitend bonds-schietkaarten en wedstrijd-formulieren worden gebruikt, kenbaar aan de opdruk NBVS.
Schietkaarten zijn uitsluitend en alleen verkrijgbaar op een of meer door het bondsbestuur te bepalen adressen.
Wedstrijden geschoten op niet-reglementaire kaarten zijn ongeldig en worden derhalve beboet conform artikel 52, punt 3 van het Huishoudelijk Reglement.
Artikel 6
a.) Banen. Het aantal banen, waarop de wedstrijd geschoten wordt moet even zijn en gezien vanaf de standplaats van de schutter van links naar rechts oplopend genummerd zijn.
b.) Team. Een team bestaat uit 1, 2, 3 of 4 schutters.
c.) Serie. Een serie bestaat uit 18 schoten.
Iedere schutter doet 9 schoten op twee verschillende banen met 3 pluimen, terwijl hij op beide banen op verzoek recht heeft op 3 proefschoten, te schieten onmiddellijk voor elke halve serie van 9 schoten.
Na iedere halve serie van 9 schoten worden de kaarten ingeleverd bij de registratietafel. De op de kaarten genoteerde waarden dienen dan te worden gecontroleerd met de reeds op het wedstrijdformulier ingevulde resultaten.
d.) Wedstrijdkaarten. Ieder team dient te zorgen voor zijn eigen wedstrijdkaarten. Deze wedstrijdkaarten dienen op de achterzijde voorzien te zijn van een nummer, datum, verenigingsstempel of verenigingssticker.
Indien twee teams van dezelfde vereniging tegen elkaar schieten dienen de kaarten qua nummering duidelijk verschillend te zijn.
Bij aanvang van de wedstrijd worden de kaarten uitgewisseld.
Iedere schutter telt en controleert zijn kaarten en houdt deze onder zijn beheer. Bij het in de baan gaan overhandigt hij telkens 3 kaarten (9 rozen) aan de trekker.
Elk thuisschietend team dient voor voldoende (minimaal 3 rozen per 9 wedstrijdschoten) proefkaarten te zorgen.
e.) Trekken. De trekkers trekken de schoten van de tegenpartij. De trekker der gasten waardeert alle schoten en noteert de waarde rechts boven op de kaart en zet er tevens zijn paraaf bij.
De trekker van de thuisclub controleert de waardering en kan bij niet tot overeenstemming komen volgens de voorschriften protest indienen.
f.) Tijd. Maximale schiettijd per schutter bedraagt 15 minuten per halve serie inclusief de 3 proefschoten.
g.) Loodplaten. Bij de aanvang van de eerste en tweede helft van een wedstrijd dient lood te worden gebruikt, dat aan de schietzijde nog niet beschoten is. De loodplaten moeten minimaal 3 cm langer zijn dan het totale zichtbare gedeelte der opgehangen schietkaarten.
De loodplaten moeten uit één geheel bestaan.
Losse bestanddelen (bijv. loden rondjes) zijn niet toegestaan.
Bij aanvang van de wedstrijd dient de schietkaart geheel rechts c.q. links te worden opgezet.
Na iedere halve serie van 9 schoten (inclusief de proefschoten) dient de wedstrijdkaart één centimeter naar rechts c.q. links opgeschoven te worden, zodat zoveel mogelijk onbeschoten lood wordt benut.
Bij aanvang van de tweede helft de loodplaat omdraaien en dan idem.
Indien de loodplaat minimaal 15 cm breed is, dan is het toegestaan na de eerste helft van de wedstrijd de loodplaat om zijn as te draaien.
De dikte der platen moet zodanig zijn, dat een schot aan de ene zijde geen spoor oplevert aan de andere zijde. (b.v. gat of uitzetting)
Alle ringen van de schietschijf moeten zichtbaar voor het lood staan.
h.) Bewaren wedstrijdkaarten. Na de wedstrijd dienen de kaarten door de thuisclub, onder toezicht van de tegenpartij, per team op volgorde gelegd te worden. Tevens dient gecontroleerd te worden of de series compleet zijn.
Per team dient de thuisclub de 48 kaarten, in ongevouwen staat, in een hiervoor bestemde enveloppe te doen.
Deze enveloppe moet dichtgeplakt worden en over de plakstrook dienen de wedstrijdleiders hun handtekening te plaatsen.
Op de enveloppe moet tevens vermeld worden:
wedstrijd, uitslag, datum en klasse.
Deze enveloppen dienen door het secretariaat van de vereniging 3 weken bewaard te worden.
Bij wedstrijdcontrole dient(dienen) de opgevraagde enveloppe (enveloppes) binnen 7 dagen ingeleverd te worden op een door de bond nader aangegeven adres.
i.) Strafmaat. Indien bij opvordering door het bondsbestuur blijkt, dat de series van een wedstrijd geheel of gedeeltelijk in het ongerede zijn geraakt, zal het team van de thuisclub dat betrokken was bij de wedstrijd in kwestie, 2 punten in mindering krijgen gebracht op het competitieresultaat.(stand)
Indien bij controle van wedstrijdkaarten door het bondsbestuur of door hen aangewezen commissie-leden blijkt, dat het aantal foutief beoordeelde schoten zodanig groot is, dat er sprake moet zijn van samenwerking van beide teams, zal bij beide teams, naast het corrigeren van de geschoten series, tevens 1 wedstrijdpunt in mindering worden gebracht.
Aan de schutters welke bij deze wedstrijd betrokken waren zal, bij het eventueel behalen van een prestatiespeld, deze niet worden uitgereikt.
j.) Wedstrijdformulieren. De wedstrijdformulieren dienen in duplo geschreven te worden. Het originele exemplaar is bestemd voor het bondsbureau en het duplikaat dient de gehele lopende competitie bewaard te blijven bij het secretariaat van de betreffende vereniging.
Artikel 7
Een schutter uit een team kan tijdens een competitiewedstrijd niet meer vervangen worden door een andere schutter, indien de te vervangen schutter reeds een schot gelost heeft dat meetelt voor de bepaling van het wedstrijdresultaat. De wedstrijden worden geschoten a.d.h.v. het schietreglement.
Artikel 8
Het afschieten van een ongeladen buks of een buks met geopende loop is tijdens de wedstrijd zonder toestemming van de tegenpartij verboden. Indien dit toch gebeurt zonder toestemming van de tegenpartij dan heeft de tegenstander het recht om het betreffende schot opnieuw te doen.
Indien men per ongeluk een schot lost op de roos van een ander is men verplicht dit aan de wedstrijdleiders bekend te maken. Indien het bewuste schot op de roos van die ander het eerste schot is, kan de kaart worden vervangen. Indien er twee schoten op de bewuste roos voorkomen en het een kaart betreft van de tegenpartij, dient de wedstrijdleider het laagst in rang zijnde schot te merken, zodat dit buiten de waardering valt.
Betreft het in dit geval een roos van een schutter van het eigen team, dan vervalt het schot met de hoogste waardering. Dit schot mag opnieuw gedaan worden op de roos van dezelfde kaart die nog niet beschoten is
In alle gevallen dient het feit te worden vermeld op het wedstrijdformulier, zodat de competitieleider hiervan aantekening kan houden en bij herhaling het bondsbestuur in kennis kan stellen.
Artikel 9 (Beoordeling der schoten )
a.) De trekkers mogen de pluimen pas trekken als beide schutters respectievelijk 3, 6 en 9 schoten hebben gelost.
b.) De trekkers trekken de schoten van de tegenpartij en controleren de schoten van de eigen partij, waarna de trekker der gasten de waardering rechtsboven op de kaart noteert en parafeert.
c.) Na iedere 3 schoten dienen nieuwe kaarten te worden opgehangen.
d.) Vallen er per serie van 3 schoten meer schoten op een kaart, dan is het laagst gewaardeerde schot geldig.
Dit geldt niet als de eerste 3 schoten reeds zijn gewaardeerd.
De meerdere wedstrijdschoten dienen normaal gewaardeerd te worden, waarbij verwezen moet worden naar het kaartnummer, dat hierdoor ongebruikt blijft. (kaart onbeschoten toevoegen bij de geschoten wedstrijdkaarten)
e.) Een schot dat geen ring doch wel de kaart of het lood raakt wordt gewaardeerd met nul.
f.) Een schot buiten het lood mag worden overgeschoten.
g.) Een ring wordt geacht te zijn geraakt als hij beschadigd of onrond is. Raakt een schot drie ringen dan telt de middelste.
h.) Ring 1 begint bij de buitenkant van de buitenste zwarte ring en eindigt bij de buitenkant van de op één na buitenste zwarte ring. Op gelijke wijze worden de ringen 2 t/m 9 bepaald. Ring 10 begint bij de buitenkant van het zwart en eindigt bij de buitenkant van de witte ring(gerekend vanuit het centrum).
Ring 11 begint bij de buitenkant van de witte ring en eindigt bij het wit van de 12.
i.) Bij meningsverschil omtrent de waardering van een schot beslist de trekker der gasten, waarbij de trekker van de thuisclub het recht heeft volgens de daarvoor geldende regels te protesteren.
Artikel 10 (Protesten inzake waardering der schoten )
De betreffende kaart dient tijdens de waardering onmiddellijk terzijde te worden gelegd met daarop de waardering van beide trekkers en wel als volgt:
- op de voorzijde de waardering van de trekker/leider der gasten.
- op de achterzijde de waardering van de trekker/leider van de thuisclub.
Tevens moeten bondsnummers en namen van beide trekkers, in blokletters, op de achterzijde van de kaart(en) vermeld worden.
De kaart(en) welke in het protest betrokken is(zijn) dient(dienen), ongevouwen, in een hiervoor bestemde enveloppe gedaan te worden.
Deze enveloppe dient dichtgeplakt te worden en over de plakrand moeten beide trekkers hun handtekening plaatsen.
Deze enveloppe moet binnen 48 uur na de wedstrijd te samen met de borgsom ad. euro 25,00 en een schriftelijke verklaring van doel en redenen bij het bondsbureau ingeleverd worden.
De waardering van de leider/trekker der gasten moet op het wedstrijdformulier worden ingevuld waarbij de schoten welke in het protest betrokken zijn omringd dienen te worden.
De kosten van protesten inzake waardering komen voor rekening van de in het ongelijk te stellen partij. Indien meerdere schoten deel uitmaken van het protest die zowel gelijk als ongelijk opleveren, worden de kosten in verhouding gelijk/ongelijk doorberekend.
Artikel 11
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bondsbestuur.
Artikel 12
Dit reglement wordt van kracht met ingang van 1-9-1993.
Laatstelijk gewijzigd ingaande 11-9-1996.
Laatstelijk gewijzigd ingaande 22-4-1998.
Laatstelijk gewijzigd ingaande 23-6-1999.
Laatstelijk gewijzigd ingaande 19-6-2002.
Reglement Kogelschietsport
Artikel 1
Iedere vereniging dient per 2 teams minstens over 2 banen te beschikken. (b.v. 1 en 2 teams: 2 banen; 3 en 4 teams: 4 banen; 5 en 6 teams: 6 banen; enz.)
Artikel 2
De schietbanen dienen te voldoen aan de volgende eisen:
a.) De tien-meterbanen dienen te zijn voorzien van deugdelijke kogelvangers en vol- of halfautomatische kaarthouder transporteurs.
b.) De tien van de schietschijf dient waterpas gemeten ten opzichte van de staanplaats van de schutter op een hoogte van 1,5 meter te hangen.
c.) De schijven dienen afzonderlijk te worden verlicht met gewone lampen (zonder lichtvenster) met een vermogen van 100 Watt, en wel zo dat de lampen zelf onzichtbaar zijn voor een schutter in actie. Tevens zijn T.L. buizen toegestaan van het type nr 29 kleur Rosa in duplo schakeling.
d.) De kogelvangers moeten zo zijn geconstrueerd dat het terugspringen van kogels uitgesloten is.
e.) Het moet niet mogelijk zijn tijdens het schieten zonder meer de banen te kunnen betreden.
f.) De schutters dienen achter de 10-meterlijn over een ruimte van tenminste een meter te kunnen beschikken, binnen welke geen storende elementen aanwezig mogen zijn.
g.) De banen dienen, gemeten vanaf het hart van de kaart c.q. de transport-installatie, minimaal een onderlinge afstand te hebben van 80 cm, met dien verstande dat de buitenste banen naar buiten toe gemeten een vrije ruimte hebben van minimaal 40 cm.
h.) In de ruimte waarin de schietbanen zijn ondergebracht moet een temperatuur heersen van 15 tot 25 graden Celsius.
l.) Toeschouwers dienen te worden toegelaten indien de ruimte daartoe geëigend is en deze aanwezigheid niet direct storend is voor de schutters.
Artikel 3 ( LUCHTBUKSEN/KOGELS )
a.) Alle merken luchtbuksen, kaliber 4,5 mm en voorzien van maximaal twee richtpunten zijn toegestaan.
b.) Het gebruik van één optisch hulpmiddel is geoorloofd, het gebruik van een telescoop(z.g. kijker) echter niet.
c.) Er dient geschoten te worden met loden kogels met platte kop. Het gebruik van kogels met spitse kop, ronde kop, ijzerkern en stalen kogels is verboden.
Artikel 4 (Competitiewedstrijden Kogel )
De schutters dienen volkomen vrijstaand uit de vrije hand te schieten dus zonder op te leggen of hoe dan ook te leunen, waarbij de kolf niet onder de kleding geschoven mag worden.
De schutters mogen de schietbanen niet verlaten met medeneming van hun schietkaarten. Nadat een schutter zijn serie geschoten heeft, dient hij de kaarten weer gebundeld in te leveren bij de wedstrijdleiders, die er op moeten toezien dat de proefkaarten niet meer aanwezig zijn en deze zonodig vóór het waarderen moeten verwijderen.
Artikel 5
Er mogen uitsluitend bonds-schietkaarten en wedstrijd-formulieren worden gebruikt, kenbaar aan de opdruk NBVS.
Schietkaarten zijn uitsluitend en alleen verkrijgbaar op een of meer door het bondsbestuur te bepalen adressen
Wedstrijden geschoten op niet-reglementaire kaarten zijn ongeldig en worden derhalve beboet conform artikel 52, punt 3 van het Huishoudelijk Reglement.
Artikel 6
a.) Banen. Het aantal banen, waarop de wedstrijd geschoten wordt, moet even zijn en gezien van de standplaats van de schutters van links naar rechts oplopend genummerd zijn.
De wedstrijdleiders tossen om de even of oneven banen.
b.) Team. Een team bestaat uit 1, 2, 3 of 4 schutters.
c.) Serie. Een serie bestaat uit 30 schoten, welke door iedere schutter gedaan wordt op één schietbaan. Iedere schutter heeft tevens recht op proefschoten.
d.) Wedstrijdkaarten. Ieder team dient te zorgen voor zijn eigen wedstrijdkaarten. Deze wedstrijdkaarten dienen op de achterzijde voorzien te zijn van een nummer, datum, verenigingsstempel of verenigingssticker.
De voorzijde mag niet beschreven of gestempeld zijn. Indien de wedstrijdkaarten reeds door de drukkerij zijn doorgenummerd kan volstaan worden met de 1e en 30e kaart van iedere schutter te voorzien van een uniek merkteken (b.v. verenigingsstempel) en datum.
De kaarten van de wedstrijdschutters dienen oplopend genummerd te zijn. De kaarten van de reserveschutter(s) dienen een duidelijke afwijkende nummering te hebben.
Indien teams van dezelfde vereniging tegen elkaar schieten dienen de kaarten qua nummering duidelijk verschillend te zijn.
Bij iedere gebundelde serie wedstrijdkaarten dienen twee aan de voorzijde gemerkte proefkaarten aanwezig te zijn.
Bij aanvang van de wedstrijd worden de kaarten uitgewisseld. Iedere schutter telt en controleert zijn kaarten en overhandigt deze, nadat zijn serie geschoten is, aan de wedstrijdleiders ter waardering.
Na het eerste schot van een serie is geen reclame meer mogelijk over te veel of te weinig ontvangen kaarten.
e.) Tijd. Maximale schiettijd per schutter bedraagt 55 minuten per serie inclusief de proefschoten.
f.) Bewaren wedstrijdkaarten. Na de wedstrijd dienen de kaarten door de thuisclub, onder toezicht van de tegenpartij, per team op volgorde gelegd te worden. Tevens dient gecontroleerd te worden of de series compleet zijn.
Per team dient de thuisclub de kaarten in een hiervoor bestemde enveloppe te doen. Deze enveloppe moet dichtgeplakt worden en over de plakstrook dienen de wedstrijdleiders hun handtekening te plaatsen. Op de enveloppe moet tevens vermeld worden: wedstrijd, uitslag, datum en klasse.
De enveloppen dienen door het secretariaat van de vereniging 3 weken bewaard te worden.
Bij wedstrijdcontrole dient(dienen) de opgevraagde enveloppe(enveloppen) binnen 7 dagen ingeleverd te worden op een door de Bond nader aangegeven adres.
g.) Waarderen. Beide partijen dienen vóór de wedstrijd een bekwaam te achten bondslid aan te wijzen, die gezamenlijk de schoten beoordelen en noteren op het wedstrijdformulier, onmiddellijk na iedere serie de kaarten innemen en in verband hiermee niet gelijktijdig mogen schieten.
Waardering vindt plaats nadat alle series geschoten zijn.
Indien de wedstrijdleiders niet tot overeenstemming komen t.a.v. de volgorde van schieten heeft de wedstrijdleider van de bezoekende club voorrang.
h.) Strafmaat. Indien bij opvordering door het bondsbestuur blijkt, dat de series van een wedstrijd geheel of gedeeltelijk in het ongerede zijn geraakt, dan zal het team van de thuisclub dat betrokken was bij de wedstrijd in kwestie, 2 punten in mindering krijgen gebracht op het competitieresultaat(stand).
Indien bij controle van wedstrijdkaarten door het bondsbestuur of door hen aangewezen commissie-leden blijkt, dat het aantal foutief beoordeelde schoten zodanig groot is, dat er sprake moet zijn van samenwerking van beide teams, zal bij beide teams, naast het corrigeren van de geschoten series, tevens 1 wedstrijdpunt in mindering worden gebracht.
Aan de schutters welke bij deze wedstrijd betrokken waren zal, bij het eventueel behalen van een prestatiespeld, deze niet worden uitgereikt.
i.) Wedstrijdformulieren. Het wedstrijdformulier wordt door de thuisclub beschikbaar gesteld.
De wedstrijdformulieren voor de Afdeling Kogel zijn uitgevoerd in setjes van 2, zelfdoorschrijvend papier. Ieder team vult een setje in. Ieder team stuurt het originele wedstrijdformulier naar de competitie-leider.
Het duplicaat wordt door ieder team gedurende de gehele lopende competitie bij het secretariaat van de vereniging bewaard.
De verenigingen dienen het wedstrijdformulier de gehele lopende competitie te bewaren bij het secretariaat van de vereniging.
Artikel 7
Een schutter uit een team kan tijdens een competitiewedstrijd niet meer vervangen worden door een andere schutter, indien de te vervangen schutter reeds een schot gelost heeft dat meetelt voor de bepaling van het wedstrijdresultaat. De wedstrijden worden geschoten a.d.h.v. het schietreglement.
Artikel 8 (Beoordeling der ringen )
a.) Beide partijen dienen voor de wedstrijd een bekwaam te achten bondslid aan te wijzen die gezamenlijk de schoten beoordelen en noteren, tossen voor de banen, onmiddellijk na iedere serie de kaarten innemen. Tevens moeten zij toezien op een reglementair wedstrijdverloop en hebben zij het recht van materiaalcontrole voor de wedstrijd of onmiddellijk na een serie.
b.) Het beoordelen geschiedt als alle schutters hun serie volledig hebben afgeschoten; het is niet geoorloofd een serie te onderbreken.
c.) Een schot dat de kaart doch geen ring raakt (onder raken te verstaan: beschadigen) wordt gewaardeerd met nul. Bij het raken van 2 ringen krijgt het schot de waardering van de hoogst beschadigde ring. Worden drie ringen geraakt dan dient gewaardeerd te worden met een door de NBVS. goedgekeurde en gemerkte schotmaat.
d.) Indien twee ringen worden gescheiden door een dunne witte of zwarte cirkel, dan behoort deze cirkel bij de hoogste ring. Worden bij een schot twee van deze cirkels beschadigd, dan wordt in het voordeel van de schutter gewaardeerd.
e.) Ieder schot dat minder dan 1 mm van de roos of ring verwijderd is, dient gewaardeerd te worden met een door de NBVS goedgekeurde en gemerkte schotmaat, kaliber 4,5 mm.
De waardering via deze schotmaat dient op de desbetreffende kaart onderstreept te worden.
Voor een zo exact mogelijke waardering van het schot, is het noodzakelijk dat de schotmaat slechts éénmaal in hetzelfde kogelgat wordt gebruikt.
Het waarderen middels deze schotmaat geschiedt volgens het voorbeeld zoals verduidelijkt in de bijlage.
f.) Indien na de beëindiging van een serie een of meerdere kaarten onbeschoten blijken te zijn of te ontbreken, is men niet verplicht deze schoten alsnog te laten doen.
g.) Indien bij het waarderen blijkt, dat een serie uit meer dan 30 kaarten bestaat, vervallen de hoogst gewaardeerde schoten tot een resterend aantal van 30 kaarten.
h.) De waardering der schoten vindt plaats door de leider der gasten, controle door de leider van de thuisclub. Bij meningsverschil beslist de leider der gasten en heeft de leider der thuisclub het recht volgens de daarvoor geldende regels te protesteren.
Artikel 9
a.) Per schot mag slechts een wedstrijdkaart worden gebruikt.
b.) Per wedstrijdkaart mag slechts één schot worden gelost.
c.) Bij meerdere schoten op een wedstrijdkaart wordt het schot met de laagste waardering in de uitslag opgenomen, tenzij er sprake is van de situatie beschreven in Artikel 10.
Artikel 10
Indien men per ongeluk een schot lost op de kaart van een ander is men verplicht dit aan de wedstrijdleiders bekend te maken. Indien het bewuste schot op de kaart van die ander het eerste schot is, kan de kaart worden vervangen.
Indien er twee schoten op de bewuste kaart voorkomen en het een kaart betreft van de tegenpartij, dient de wedstrijdleider het laagst in rang zijnde schot te merken, zodat dit buiten de waardering valt.
Betreft het in dit geval een kaart van een schutter van het eigen team, dan vervalt het schot met de hoogste waardering.
In alle gevallen dient het feit te worden vermeld op het wedstrijdformulier, zodat de competitieleider hiervan aantekening kan houden en bij herhaling het bondsbestuur in kennis kan stellen.
Artikel 11 ( Protesten inzake waardering van schoten )
De betreffende kaart dient tijdens de waardering onmiddellijk terzijde te worden gelegd met daarop de waardering van beide wedstrijdleiders en wel als volgt:
- op de voorzijde de waardering van de leider der gasten.
- op de achterzijde de waardering van de leider van de thuisclub.
Tevens moeten bondsnummers en namen van de beide wedstrijdleiders, in blokletters, op de achterzijde van de kaart(en) vermeld worden.
De kaart(en) welke in het protest betrokken is(zijn) dient(dienen), omgevouwen, in een hiervoor bestemde enveloppe gedaan te worden. Deze enveloppe dient dichtgeplakt te worden en over de plakrand moeten beide wedstrijdleiders hun handtekening plaatsen.
Deze enveloppe moet binnen 48 uur na de wedstrijd te samen met de borgsom ad. euro 25,00 en een schriftelijke verklaring van doel en redenen bij de competitie-leider ingeleverd worden.
De waardering van de wedstrijdleider der gasten moet op het wedstrijdformulier worden ingevuld.
De kosten van protesten inzake waardering komen voor rekening van de in het ongelijk te stellen partij. Indien meerdere schoten deel uitmaken van het protest die zowel gelijk als ongelijk opleveren, worden de kosten in verhouding gelijk/ongelijk doorberekend.
Artikel 12
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bondsbestuur.
Artikel 13
Dit reglement wordt van kracht op 1-9-1993.
Laatstelijk gewijzigd ingaande 22-4-98.
Laatstelijk gewijzigd ingaande 19-6-2002
Laatstelijk gewijzigd ingaande 23-06-2004
Laatstelijk gewijzigd ingaande 24-06-2008
KAVELEN
Artikel 1
Bij het gelijk eindigen in de persoonlijke series tijdens de bondsconcoursen Pluim en Kogel, dient gekaveld te worden onder de hierna volgende voorwaarden.
Artikel 2
PLUIM
Serie aantal kavelschoten echte schiettijd aantal proefschoten
9 6 7 min. 3
18 9 9 min. 3
30 9 9 min. 3
Onder echte schiettijd wordt verstaan: de tijd welke men gebruikt voor de kavelschoten, exclusief de tijd voor de proefschoten en het waarderen.
De echte schiettijd zal d.m.v. een klok worden gecontroleerd.
Artikel 3
KOGEL
Serie aantal kavelschoten schiettijd incl.proef aantal proefschoten
10 5 10 min. 5
20 10 15 min. 5
30 10 15 min. 5
De totale schiettijd(incl. proefschoten) zal worden gecontroleerd d.m.v. een klok.
Artikel 4
Bij gelijk eindigen in de afdeling Pluim of Kogel tellen de meeste aantal 12-11-10en, resp. 10-9-8en.
Als men ook hierin gelijk eindigt, kavelt men zonder proefschoten, opnieuw met 3 schoten, zolang totdat er een winnaar bekend is.
Voor de afdeling Pluim en Kogel heeft men voor deze drie schoten 4 minuten echte schiettijd ter beschikking.
Aldus vastgesteld door de Algemene Vergadering dd. 6-1-1982.
REGLEMENT COMMISSIE VAN BIJSTAND
Artikel 1
De commissie moet minimaal uit 5 personen en maximaal uit 13 personen bestaan.
Artikel 2
Per vereniging mogen niet meer dan twee personen lid zijn van deze commissie.
Artikel 3
De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter en een secretaris.
Artikel 4
De commissie heeft enkel en alleen een adviserende taak in de richting van het bondsbestuur.
Artikel 5
De commissie zal van elke werkzaamheid die zij verricht een rapport moeten maken. Ook de leden van de commissie die in opdracht van deze commissie werkzaamheden verrichten zullen van deze werkzaamheden verslagen moeten maken en deze binnen 3 dagen dienen door te sturen aan de secretaris van de commissie.
Artikel 6
Commissie-leden mogen alleen tijdens een NBVS activiteit optreden in opdracht van het bondsbestuur
Artikel 7
Van de bijeenkomsten van de commissie zullen verslagen worden gemaakt. Deze verslagen zullen aan het NBVS bestuur worden toegezonden terwijl tevens publikatie van deze verslagen zullen volgen in het mededelingenblad.
Artikel 8
Op elke jaarvergadering zal de commissie een overzicht moeten geven van de door haar gedane werkzaamheden.
HET WERKTERREIN VAN DE COMMISSIE
1. Het controleren van de schietbanen op deugdelijkheid en toetsing aan de reglementsbepalingen. Tevens het in tekening brengen van de schietaccomodaties.
2. Bezoeken van wedstrijden door de commissie.
3 Steeksproefgewijs opvragen van de geschoten wedstrijdkaarten.
4. De commissie zal bij conflicten tussen verenigingen, schutters enz. als tussenpersoon c.q. begeleider moeten kunnen fungeren.
5. De commissie zal het bondsbestuur behulpzaam zijn bij al de door hen georganiseerde aktiviteiten, zoals bondsconcoursen, representatie-wedstrijden e.d.
6. Elke klacht, elke opmerking en elke scheve of schijnbaar scheve verhouding zal door de commissie op serieuze wijze moeten worden behandeld.
7. De commissie zal de voorzitter of secretaris aanwijzen, die rechtstreeks contact onderhoudt met het NBVS bestuur, dit door middel van het bijwonen der bestuursvergaderingen.
Hij is belast met het uiteenzetten en verdedigen van de adviezen der commissie.
8. Alle verdere ter tafel komende zaken c.q. opdrachten door het bondsbestuur.
AANVANG WERKZAAMHEDEN VAN DE COMMISSIE.
De commissie zal haar werkzaamheden officieel aanvangen op 1 december 1980.
LEGITIMATIE
De leden van de commissie van bijstand kunnen zich legitimeren door middel van een van bondswege verstrekt LEGITIMATIEBEWIJS in combinatie met hun eigen schietpaspoort.